Speeltuin.

Deze tekst schreef ik voor de voorstelling ‘Rotterdam Me’ van Geert Vermeegen en is al dan niet opgevoerd tijdens het Springplank Festival in Studio de Bakkerij, Rotterdam. 

 

De dikke schuifdeuren sloten voor onze neus. Hoewel de melodie verstomde, bleef het oude ijzer dreunen op de dringende beats. Alle ruimte. Anders dan de volgepropte vierkante meter waarmee eerder die avond menigte na menigte naar de grote zaal werd getild. Met mijn armen gespreid draaide ik rondjes om mijn as, zonder de muren te raken. Luid krakend kwam het beest in beweging.

We wiegden op de maat die door de vloer van de lift trilde. De ene na de andere diepe zucht rolde uit me. Dwars door de dansjes sloten Wes’ armen zich om me heen. Hij was niet veel groter dan ik. Zijn mooie hoofd gesierd met een volle baard en om zijn nek een dun, gouden kettinkje. Het ijzer was ons huis.

De deur ratelde weer open. Eigenlijk wilde ik de lift niet verlaten. Wes’ hand in mijn rug stuurde me naar ons uitzicht waardoor ik weer scherp zag. Voor ons een glazen gang, met aan het einde een deur tot een overhangende hemel. Ik zat in Alice in Wonderland. Misschien duurde de tocht een uur. Aan het eind van de gang opende Wes de deur met een druppel aan zijn sleutelbos. Hand in hand liepen we het dak op. De muziek pulseerde als een hartslag uit het gebouw en omlijste onze speeltuin. Aan zijn hand danste ik naar ik naar de rand.

Maashaven fonkelt kalm. De snaren van de grote brug spelen met ons mee in de nacht. De strakke kou mengt met jouw geur. Klamme handen op elkaar en warme lichamen. Niets dan wij past nu beter op dit betonnen blok.

Advertenties

Woonvisie Rotterdam

Lui schijnt de zon haar eerste stralen over de stad. Horden mensen, klein van stuk en met een camera om de nek, druppelen hun supersized bussen uit. Zoals elke dag stromen de straten vol van Delfshaven tot de Esch. Rinkelende fietsbellen en Jordaanse tongval schallen over de Westersingel waar drie combo-bakfietsen breed naast de dagopvang geparkeerd staan en een veilige doorgang per stoep onmogelijk maken. Op elke straathoek staat een kiosk waar dezelfde beeldjes te koop zijn van de Erasmusbrug, mokken in de vorm van de Markthal en zilver spiegelende stressballen met het logo van het zojuist opgeleverde Boijman-depot erop.

Een nieuwe pop-up opent haar deuren op West-Blaak. Dé place to be voor genderneutralebioecoeerlijkelactoenglucovrijedecafrappemoccachnio, te consumeren onder het genot van een neusvleugelmassage. En dat voor maar 38 euro!

Alexander is het nieuwe Oude Noorden, Nieuw Mathenesse en Lombardije waar de échte hipsters hangen. En de Rotterdammer, die heeft de stad al lang verlaten.

Zogenaamde Waakhonden

De afgelopen weken was ik bezig met de vertaling van het boek ‘Mijn Rotterdam, Jouw Rotterdam’. Carel van Rosmalen verzamelde verhalen en quotes over Rotterdam. Hij vormde een team met Mick Willemsen die zijn eigen foto’s van de stad bewerkte aan de hand van de verhalen. Het resultaat is zoals Carel: Rauw, niet perfect, maar gemaakt met ballen. Met een beetje geluk kun je het boek nog kopen bij De Oude Sluis in Delfshaven. Of neem een kijkje op de website van Carel, waar een pdf te vinden is.

Het boek met ingestoken vertaling is ondertussen op weg naar Amerika. Gezien mijn gedicht ‘Zogenaamde Waakhonden’ in het boek is opgenomen, vertaalde ik voor dit project voor het eerst eigen werk. Voor het origineel moet je het boek maar kopen, maar ik deel hier graag de vertaling met jullie:

Pretending Watchdogs

A red glow shines upon the streets.
The seemingly dry news-well causes barks for blood.
Every remark a cause
and a hundred replies per square digifeet.
I cannot meddle without joining,
so like an Elsa in yogi-pose I let it go.

Cause you took my never granted words
and put them an inch before my gob.
Dickdog.

 

Delfshaven, Delfshaven, zo klein en sereen

Twee dames zitten op het terras van De Oude Sluis. Ze zijn oud. Althans, met de gemiddelde medemens ter referentie. Hun voeten bungelen boven de groen bedrekte kolk van Delfshaven.

Een rok tot de knie beschermt de billen van het linker oudje voor de rieten stoel. Ze zitten daar maar. Zouden ze gezien hebben dat Marco buiten niet bedient? Of hebben ze al wat… Ik zie geen drankjes, wel wat gesmak. Kunstgebitten?

Geen mede-terras zitters. En dat terwijl het niet regent en het uitzicht daaro toch top of the notch Rotterdam is. Rechtsje staat op en zoekt de ingang. Toch kunstgebitten.

Leftie blijft moederziel alleen achter en ik vind haar prachtig. Teer met haar bungelende beentjes in steunkousen tegen een achtergrond van tram, paard met koets en een optocht van luid toeterende autos ter ere van een Turkse bruiloft. Tenminste, een dergelijke lawaai parade vindt met enige regelmaat plaats op de Schiedamse weg en deze reden daarvoor heb ik me ooit laten vertellen.

Ik mag het wel. Uitbundig vieren. Het zonnetje breekt door en de koffie komt eraan. Marco’s stem draagt door de straat. Nu enkel nog smakken met een koekje.