Het gedicht was er al

De laatste lessen van de Poetry Academy naderen. Tijdens de lessen van Joost Baars spraken we over mystiek schrijven en welke invulling je daaraan kan geven. Als thuisopdracht voerden we gesprekken met de voorwerpen om ons heen. Ik sprak met een klok, de rommel om me heen en het badwater waarin ik lag. Je kan praten met alles. De pen of inkt waarmee je schrijft; de lijnen die je ermee trekt, de woorden die ze vormen, de toonhoogte van je stem die in gedachten meepraat.

Door die gesprekken aan te gaan geef je woorden en daarmee een representatie, verbinding, aan elementen die al lang in de wereld waren, maar je misschien nog nooit (zo) had gezien. Die representatie is niet dekkend, maar wel een benadering, een soort zoektocht. Dat kunnen wij. Dingen die er al zijn opmerken en op onze eigen manier benaderen, representeren. Op die manier laten we iets dat er al was op een nieuwe manier zien aan onszelf en aan anderen.

Ontvankelijk zijn, het (opnieuw) opmerken van elementen in de wereld en die elementen benaderen met je eigen tools – of dat nou woorden, lichaamsbewegingen, stroken van een kwast of heel andere uitingen zijn – is volgens mij creativiteit. Daarmee begrijp ik nu de uitspraak ‘het gedicht was er al, ik heb het alleen opgeschreven’.

Advertenties

Ongehoord!

Afgelopen zondag was de uitreiking van de Rotterdamse dichtwedstrijd Ongehoord! Ik eindigde op de tweede plek met het gedicht ‘ 3025 AA tot 3026AN’. Super trots! Vandaag is mijn gedicht inclusief het juryrapport (jury o.l.v. Mark Boninsegna) gepubliceerd op de website van Wouter van Heiningen

 

3025 AA tot 3026 AN

Tandir, Dubai, Diam
Torino, Tai Wah,
Ri Htim, Kousar, Kasabi
Warung Rilah, El Aviva,

Het Pijpenhuis, Shaami Huis, Eethuis Marrakech,
Huisarts Stam & Stronkhorst,

Lebara, Lebara, Lebara,
Lebara, Lebara, Lebara, Lebara,

Polski, Portuguesa,
HAS, Salan, Driouch,
Marokko, Delfshaven,
Andalus,

Vinodol, Wokki, Wibra,
Lebriz, Etos, Caftar,

De grootste slok,
Zeezicht,
Sidonia, Aan Zet.

 

img_9221 (1)

Vintage.

In april bracht Jacques van der Schans de bundel ‘Het Gezicht achter het Gedicht’ uit. Hij vroeg 23 dichters te schrijven over fotografie en maakte van de dichters een portret. Ik werd door Jacques benaderd om mee te werken aan dit project. Naast de bundel waarin zowel de gedichten als de foto’s te zien zijn, organiseerde hij een mooie expositie van de foto’s in Tilburg.

image-2017-05-03

 

Vintage. 

Een kort meisje beroert een anders stille
kamer. Met haar entrée wandelt een lichtstraal

door de kier van de deur en legt zich
over een heuphoge bijzettafel. Een enkele

fotolijst prijkt daar met zilveren rand op gehaakt
textiel. Het meisje staart met blauwe ogen,

maar dat doet niets voor de kleur. Zijn bewoner
lacht in zwart en wit, met strakke scheiding

in zijn glimmend haar. Zonder einde speurt
zij naar bevroren rimpels die ze zelf bedacht.

Er is niets buiten deze foto.
En de slecht belichte kamer doet de wereld

voor zoals die ooit was. In zwart en wit.
Dat hebben de camera’s destijds goed vastgelegd.

 

Amant.

naar Hans van Arp

ik wil alleen nog de dauw vermelden
die dagelijks het donker doopt met haar je ne sais quoi
geen schemerverschijnsel zo zacht

nog voor de wereld wakker werd
kleefde het gras aan mijn tenen
vulde ze mijn voeten
om vijf uur kledder vochtig

in de paarse waas van heide
hechtte ik mij ook aan haar
zuiver gemutst