Kwanta

zit achter het raam, drie hoog
ziet de mensen niet meer
hun mogelijkheden vervoeren geen haar
in haar lijf
mijmert een gedachte
rond lichtdeeltjes en tijd

One Night’s Dance

Deze week mocht ik meewerken aan een ontzettend leuk project: One Night’s Dance. Dit is een jaarlijks terugkerend project van Dansateliers waarin vijf getalenteerde, jonge choreografen binnen korte tijd een nieuw stuk maken van zo’n 10 minuten. De werken worden gedurende twee weken acht keer getoond in een voorstelling.

Naast de dansen maakten dit jaar een fotografe foto’s van de repetities, een beeldend kunstenaar twee werken geïnspireerd door de dansen en werden Lotte Vermeulen en ik beide gevraagd in gedicht op de werken te reageren. Woensdag was ik aanwezig bij de doorloop waarna ik in één dag het gedicht ‘Iets meer niemand zijn’ schreef. Daarna droeg ik het deze drie avonden na de voorstelling (inclusief de première) voor.

Lees verder “One Night’s Dance”

Water

Stad was vol.
Met ellebogen werkten straten zich op tegen huizen.
Oorverdovend vergruizen van baksteen sloeg echoënd flat tegen flat.
Pogend hun groen te bewaken zogen parken zich vol
met bootcamps en bierfestivals.

Straatnaambordjes klampten zich vast
hun benarde positie bewakend, maar belandden
tevergeefs bedankt
in een steeg.

Roerloos lag water in haven
beraadde zich
en voor ze de volgende werd
pakte ze haar biezen
en vluchtte naar Oost-Groningen.

Dag lieve.

mijn tegel is drie vierkante m.
lang niet precies lang genoeg
pluizige bosjes bedden me in
de zomer kietelt mijn rug
in de winter mijn buik

voorzichtig peuter ik dan
met dunne, witte stralen
de kap van mijn kop

zonder kraken
til ik haar op een kier
en na jaren proberen
ontsnap ik van mijn zachte steen
spring ik zo de ruimte in

Speeltuin.

Deze tekst schreef ik voor de voorstelling ‘Rotterdam Me’ van Geert Vermeegen en is al dan niet opgevoerd tijdens het Springplank Festival in Studio de Bakkerij, Rotterdam. 

 

De dikke schuifdeuren sloten voor onze neus. Hoewel de melodie verstomde, bleef het oude ijzer dreunen op de dringende beats. Alle ruimte. Anders dan de volgepropte vierkante meter waarmee eerder die avond menigte na menigte naar de grote zaal werd getild. Met mijn armen gespreid draaide ik rondjes om mijn as, zonder de muren te raken. Luid krakend kwam het beest in beweging.

We wiegden op de maat die door de vloer van de lift trilde. De ene na de andere diepe zucht rolde uit me. Dwars door de dansjes sloten Wes’ armen zich om me heen. Hij was niet veel groter dan ik. Zijn mooie hoofd gesierd met een volle baard en om zijn nek een dun, gouden kettinkje. Het ijzer was ons huis.

De deur ratelde weer open. Eigenlijk wilde ik de lift niet verlaten. Wes’ hand in mijn rug stuurde me naar ons uitzicht waardoor ik weer scherp zag. Voor ons een glazen gang, met aan het einde een deur tot een overhangende hemel. Ik zat in Alice in Wonderland. Misschien duurde de tocht een uur. Aan het eind van de gang opende Wes de deur met een druppel aan zijn sleutelbos. Hand in hand liepen we het dak op. De muziek pulseerde als een hartslag uit het gebouw en omlijste onze speeltuin. Aan zijn hand danste ik naar ik naar de rand.

Maashaven fonkelt kalm. De snaren van de grote brug spelen met ons mee in de nacht. De strakke kou mengt met jouw geur. Klamme handen op elkaar en warme lichamen. Niets dan wij past nu beter op dit betonnen blok.

Vintage.

In april bracht Jacques van der Schans de bundel ‘Het Gezicht achter het Gedicht’ uit. Hij vroeg 23 dichters te schrijven over fotografie en maakte van de dichters een portret. Ik werd door Jacques benaderd om mee te werken aan dit project. Naast de bundel waarin zowel de gedichten als de foto’s te zien zijn, organiseerde hij een mooie expositie van de foto’s in Tilburg.

image-2017-05-03

 

Vintage. 

Een kort meisje beroert een anders stille
kamer. Met haar entrée wandelt een lichtstraal

door de kier van de deur en legt zich
over een heuphoge bijzettafel. Een enkele

fotolijst prijkt daar met zilveren rand op gehaakt
textiel. Het meisje staart met blauwe ogen,

maar dat doet niets voor de kleur. Zijn bewoner
lacht in zwart en wit, met strakke scheiding

in zijn glimmend haar. Zonder einde speurt
zij naar bevroren rimpels die ze zelf bedacht.

Er is niets buiten deze foto.
En de slecht belichte kamer doet de wereld

voor zoals die ooit was. In zwart en wit.
Dat hebben de camera’s destijds goed vastgelegd.

 

Amant.

naar Hans van Arp

ik wil alleen nog de dauw vermelden
die dagelijks het donker doopt met haar je ne sais quoi
geen schemerverschijnsel zo zacht

nog voor de wereld wakker werd
kleefde het gras aan mijn tenen
vulde ze mijn voeten
om vijf uur kledder vochtig

in de paarse waas van heide
hechtte ik mij ook aan haar
zuiver gemutst

De echte discussie

Deze column verscheen op 24 november j.l. als lezerscolumn op metronieuws.nl.

We kunnen het verzetten van de klok er op afstemmen. In oktober ontstaan ze vanuit het Noorden van Europa; de grijze migratiestromen naar de zuidelijke, warme contreien van ons continent. Ook vanuit Nederland. Benidorm, Calpe, Cartagena, allen welbekende bestemmingen voor onze basterds. Een aantal weken na aankomst sturen zij steevast een uitverkorene terug, vermomd in een lange rode jas en met een puntmuts op zijn blije kop.

Alsof we het niet door hadden. Jaar in, jaar uit. Maar zo niet langer. Er is een grens. De tijd om een vuist te maken is daar. Wie de demografische cijfers achter de Brexit, het Oekraïne verdrag en de presidentsverkiezingen in de US een blik gunt heeft allen helder: De oudjes moeten er uit. Conservatieve ideeën, vasthouden aan tradities en voordringen in de rij bij de supermarkt, of erger nog, gewoon instappen bij de NS voordat iedereen die trein uit is, zijn niet de enige irritaties die zich ophopen. Stijgende belastingen, een te kort aan woonruimten; er valt een massa aan problemen weg als we de oudjes weten te lozen.

Om nog maar niet te spreken over de laksheid in voedingsbewustzijn en systematisch verzaken van organisch eigenaarschap. Wie heeft er niet een achtertante die jaarlijks voor de deur staat met een lading NON-fairtrade, NON-bio, NON-eco chocoladeletters? En die, om het af te maken, aan de hele familie een Primark kersttrui kado doet. Dit is 2016, het kan zo niet langer. Ik ken geen enkele 70-plusser die rekening houdt met het gat in de ozonlaag. Het zal hun verrekken of we over 30 jaar in een nieuwe ijstijd leven, daar merken ze niets meer van.

Ze verzieken de boel terwijl wij de rotzooi mogen ruimen in de koude wintermaanden. Mensen, de vergrijzing is de splijtzwam van onze samenleving. We moeten ons niet langer voor de gek laten houden door bejaarden die stiekem troep door onze strot blijven duwen. Dat ze in Zuid-Spanje blijven, daar kunnen ze de stimulering van de economie goed gebruiken. Lekker terug naar hun tweede land. Nederland is vol, dus laat ze in hun casa in de sol resideren. Kunnen ze daar hun tanden naar de gieren helpen door chocolade van kinderhandjes te smikkelen op de playa.

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑