Verhalen vertellen

Dit jaar mocht ik weer meedoen met One Night’s Dance: een jaarlijks project van Dansateliers waarin beginnende dansmakers in korte tijd een nieuw stuk maken. Vanwege het 25 jarig bestaan van Dansateliers werden daarnaast twee choreografieën hernomen uit eerdere edities van One Night’s Dance.

Ik schreef een poëtische reflectie op de choreografieën van de talenten Ellis van Veldhuizen, Sigrid Stigsdatter Mathiassen en Maria Sartzetaki en No Man Is An Island van Erik Kaiel. Op vrijdag 7 en zaterdag 8 december droeg ik de reflectie voor na de voorstelling. Net als vorig jaar was dit een ontzettend leuk en leerzaam project om aan mee te werken. Ik blijf me verwonderen over de associatieve kracht van moderne dans en de manier waarop dansers ons zonder woorden kunnen meeslepen in hun verhaal.

Lees verder

Advertenties

Blijven

In één van de lessen van de Poetry Academy kwam auteurschap aan bod. Wanneer is een gedicht van jou en kan je eigenlijk wel stellen dat een gedicht van iemand is? Als je uitgaat van het idee dat een gedicht al bestaat, zelfs vóór het geschreven is, is degene die het gedicht opschrijft dan wel de auteur te noemen? En wat gebeurt er met auteurschap als je een gedicht met meerdere mensen schrijft?

Lees verder

Tweedehands kleding Rotterdam

Ergens in de loop van de afgelopen jaren ben ik totaal gevallen voor tweedehands kleding. Ik genoot altijd al van tweedehands spullen en vond het heerlijk om in vage winkels door stoffige kledingrekken te snuffelen, opzoek naar stiekeme pareltjes. Toen ik een paar jaar terug The True Cost zag, ging er echt een knop om. Deze documentaire van regisseur Andrew Morgan uit 2015 toont de grote impact die fast fashion ketens zoals Primark en H&M hebben op milieu en mens. Vanaf dat moment besloot ik mijn best te doen tweedehandse of duurzaam geproduceerde kleding te kopen.

Lees verder

Het gedicht was er al

De laatste lessen van de Poetry Academy naderen. Tijdens de lessen van Joost Baars spraken we over mystiek schrijven en welke invulling je daaraan kan geven. Als thuisopdracht voerden we gesprekken met de voorwerpen om ons heen. Ik sprak met een klok, de rommel om me heen en het badwater waarin ik lag. Je kan praten met alles. De pen of inkt waarmee je schrijft; de lijnen die je ermee trekt, de woorden die ze vormen, de toonhoogte van je stem die in gedachten meepraat.

Door die gesprekken aan te gaan geef je woorden en daarmee een representatie, verbinding, aan elementen die al lang in de wereld waren, maar je misschien nog nooit (zo) had gezien. Die representatie is niet dekkend, maar wel een benadering, een soort zoektocht. Dat kunnen wij. Dingen die er al zijn opmerken en op onze eigen manier benaderen, representeren. Op die manier laten we iets dat er al was op een nieuwe manier zien aan onszelf en aan anderen.

Ontvankelijk zijn, het (opnieuw) opmerken van elementen in de wereld en die elementen benaderen met je eigen tools – of dat nou woorden, lichaamsbewegingen, stroken van een kwast of heel andere uitingen zijn – is volgens mij creativiteit. Daarmee begrijp ik nu de uitspraak ‘het gedicht was er al, ik heb het alleen opgeschreven’.