Dag lieve.

mijn tegel is drie vierkante m.
lang niet precies lang genoeg
pluizige bosjes bedden me in
de zomer kietelt mijn rug
in de winter mijn buik

voorzichtig peuter ik dan
met dunne, witte stralen
de kap van mijn kop

zonder kraken
til ik haar op een kier
en na jaren proberen
ontsnap ik van mijn zachte steen
spring ik zo de ruimte in

Advertenties

Vintage.

In april bracht Jacques van der Schans de bundel ‘Het Gezicht achter het Gedicht’ uit. Hij vroeg 23 dichters te schrijven over fotografie en maakte van de dichters een portret. Ik werd door Jacques benaderd om mee te werken aan dit project. Naast de bundel waarin zowel de gedichten als de foto’s te zien zijn, organiseerde hij een mooie expositie van de foto’s in Tilburg.

image-2017-05-03

 

Vintage. 

Een kort meisje beroert een anders stille
kamer. Met haar entrée wandelt een lichtstraal

door de kier van de deur en legt zich
over een heuphoge bijzettafel. Een enkele

fotolijst prijkt daar met zilveren rand op gehaakt
textiel. Het meisje staart met blauwe ogen,

maar dat doet niets voor de kleur. Zijn bewoner
lacht in zwart en wit, met strakke scheiding

in zijn glimmend haar. Zonder einde speurt
zij naar bevroren rimpels die ze zelf bedacht.

Er is niets buiten deze foto.
En de slecht belichte kamer doet de wereld

voor zoals die ooit was. In zwart en wit.
Dat hebben de camera’s destijds goed vastgelegd.

 

Amant.

naar Hans van Arp

ik wil alleen nog de dauw vermelden
die dagelijks het donker doopt met haar je ne sais quoi
geen schemerverschijnsel zo zacht

nog voor de wereld wakker werd
kleefde het gras aan mijn tenen
vulde ze mijn voeten
om vijf uur kledder vochtig

in de paarse waas van heide
hechtte ik mij ook aan haar
zuiver gemutst

Zolder.

Toch kijken we over de rand van het luikgat

al maar een paar keer in een mensenleven.

Op de tweede verdieping, waar we slapen

met logeren, opent het boven de overloop

hoe dan ook gevolgd door punctie van

een eindeloze trap. Het is niet tot papa

aan het touw bij het peertje trekt en mij met

grote vingers boven zijn hoofd zwaait

dat ik met ingehouden adem om me heen

tuur. Er is hier weer helemaal niets.

Lief Vrouwke

Zo’n zestig jaar terug was in Tilburg meer dan 95% van de inwoners Katholiek. Vandaag zijn de kerken grotendeels leeg gelopen en zijn vele verschillende religies vertegenwoordigd. Toch blijft het katholicisme zichtbaar in de kieren van de stad. De Maria verering is daar een groot onderdeel van. Collectief BOG. liet dit vorig jaar zien zoals het al was in het Benoemproject #3. Ook bij het evenement ‘Maria Zingt’, waarin de oude garde bijeen komt om Marialiedjes te zingen, blijkt jaarlijks dat veel mensen de Madonna nog in gedachten hebben. Dit jaar werden ter ere van dit evenement ook gedichten geschreven en uitgegeven in een bundeltje. Ik schreef daarvoor een gedicht:

Lief Vrouwke

Sloffend door de stad
probeer ik je
in mijn denken te vangen.

De fluisterende straten
versta ik net niet.Benoemproject#3BOG.jpg

Je bent te veel.
Elke steen. Elke Maria.
Marginalia van de straten.

Als ik nu
achter mij laat
schijnen er weer kaarsjes
in het hart van Brabant.

Maria nam je in haar op.
Net als al ons pottenpissers.
Misschien.

God wit.

 

p.s. Dit gedicht lees ik volgende zondag voor in ‘t Kappelletje in Rotterdam!

Schotse begraafplaatsen

Tijdens mijn reis in Schotland viel me op dat begraafplaatsen daar niet enkel bedoeld zijn als plek ter nagedachtenis aan overledenen, maar vaak ook een attractie op zichzelf zijn. Ok, dit is niet het eerste land waar ik als toerist een begraafplaats bezocht, maar in Schotland met haar eindeloze ghost stories en eeuwenoude legenden zit er toch een extra wonderlijk tintje aan. Neem Greyfriars Kirkyard in Edinburgh: De meedogenloze geest van George Mackenzie schijnt hier rond te waren. Honderden bezoekers spreken van een agressieve poltergeist. Bovendien is het de begraafplaats waar de wereldberoemde Greyfriar’s Bobby jarenlang de wacht hield bij zijn overleden baasje; de grafgraver. Ook in Inverness is de begraafplaats beroemd. Net buiten het stadje ligt Fairy Hill. De locatie van een oude Schotse legende en, tegenwoordig, de laatste rustplaats van vele Highlanders.

Niet voor alle grafzerken is het dringen in de zomermaanden. In Fort Augustus lopen wandelroutes dwars door de verlaten begraafplaats, waardoor je de kans krijgt – misschien op wat onconventionele wijze – de geschiedenis van het plaatsje te proeven.

Het meest onder de indruk was ik van Necropolis: De begraafplaats bij de kathedraal van Glasgow. Een heuvel, uitkijkend over de stad, met een doolhof naar de top van de mooiste Victoriaanse graven dat uitkomt bij het  John Knox monument. Ik schreef daar Necropolis.


Necropolis.

DSC_0147Ronk, tril en zoem
verstommen op
blijvende rust.

In groen en een enkele bloem
kriskras ik naar boven.

Families eten koeken op een muurtje,
een jongen vraagt zijn buddy om een vuurtje.

De zon worstelt
haar stralen
naar precies deze hectaren.

En we duiden Mackintosh massaal
in een wirwar van graven.

Een maandag in dodenstad.

 

Op 18 september a.s. draag ik dit, en een aantal andere gedichten voor in ‘t Kapelletje in Rotterdam. Helemaal gratis en voor niks, dus ben er bij!