50e editie Paginagroots

Afgelopen zondag (12 mei 2019) bezocht ik Paginagroots: een Rotterdams podium voor jong talent op het gebied van proza, poëzie en spoken word. Toevallig was dit de 50e editie en daarmee ook de laatste die Derek Otte voor rekening nam als initiator, organisator en host.

Derek nam ons in woorden mee naar de allereerste editie van Paginagroots, destijds in Tarwewijk. Zijn moeder had wat flessen Freeway cola en borrelnootjes gehaald en hij rekende op zo’n veertig mensen aan publiek. Er stond tachtig man op de stoep. De kartonknutsels van de Rotterdamse skyline die dienst deden als decor vielen bij het slotapplaus uit elkaar. Uit de audiofragmenten waarop half literair Rotterdam Derek bedankte voor zijn inzet bleek hoeveel Paginagroots in de tussentijd heeft betekend voor de stad.

Lees verder 50e editie Paginagroots

Advertenties

Taciturn

Zaterdag bezocht ik Festival Cement. Een theaterfestival in Den Bosch waar ik blij van word. Er zijn veel jonge makers te zien en gedurende het festival wordt er ook ingezet op talentontwikkeling voor mensen die achter de schermen werken.

Ik beland in de voorstelling Taciturn: een solo van Joey Schrauwen. Net als in twee van zijn eerdere voorstellingen speelt een door hem gemaakt object hierin de hoofdrol. Joey ontmoet zijn publiek vooraf aan de voorstelling en leidt ons de zaal in. Alleen een houten installatie in het midden en een grote spot rechts vooraan, hebben een plek op het podium. Na een kort schaduwspel betreed Joey de installatie. Het is een laag, houten podium van ongeveer een meter breed en een halve meter diep. Op beide korte zijden staat een paal met een ingeklapt rek. Denk aan een ouderwets traphek wanneer het helemaal is ingeklapt.

Lees verder Taciturn

Taaie oude vrijsters

Mijn lief heeft Noorse roots. Zijn moeder komt uit Harstad, een mooie stad aan het water, een eindje boven de poolcirkel. We gaan regelmatig naar Noorwegen en hopen er ooit te gaan wonen. Met die insteek volg ik Noorse les in de Sjømannskirken; het houten kerkje in het Euromast-park. Het is zó leuk om weer een nieuwe taal te leren. Noors is niet ontzettend moeilijk te leren voor Nederlanders. Het is een Germaanse taal en als je aardig Engels en Duits spreekt herken je veel woorden en voelen zinsopbouw en grammatica vrij natuurlijk.

Wat het vooral zo leuk maakt vind ik de culturele informatie die taal in zich draagt. Tijdens een les rond de sinterklaasperiode hadden we het over taaitaaipoppen, of zoals je in het Noors zegt: peppermøer. Onze docente vertelde dat het vroeger in Noorwegen gebruikelijk was dat vrouwen een dame van peperkoek kregen wanneer ze dertig werden en vrijgezel waren. Het woord peppermø is de vrouwelijke variant van peppersvenn. Zo werd vroeger een ongetrouwde, rondreizende kruidenhandelaar genoemd. De Nederlandse vertalling van peppermø is ‘oude vrijster’. Daarop wist een van mijn klasgenoten te vertellen dat je een (vrouwelijke) taaitaaipop in het Nederlands ook wel ‘oude vrijster’ noemt.

Lees verder Taaie oude vrijsters

Radicalizing the local

Verslag van een workshop door Jeanne van Heeswijk.

Gisteren volgde ik een Thursday Night Workshop van Jeanne van Heeswijk in Het Nieuwe Instituut. Jeanne is kunstenaar en werkt in het gebied van social design. Door zich te verdiepen in- en onderdeel te worden van verschillende communities, maakt ze groepen ervan bewust dat zij zélf hun relaties, omgeving en toekomst kunnen creëren.

De workshop was een mini-versie van Jeanne’s ‘Training for the not yet’. Een training die normaalgesproken een week kan duren en wij in een kleine twee uur doorvlogen. Jeanne liet ons nadenken over welke plekken, idealen en ‘tekortkomingen’ onderdeel van ons zijn. Bij het benoemen van deze belongings gooiden we een bol wol over – telkens in een andere kleur. Zo ontstond er langzaam een netwerk tussen de deelnemers. Een netwerk dat we later uitbreidden door te zoeken naar connecties tussen onze belongings.

img_0716.jpg

Lees verder Radicalizing the local

Cultuureducatie biedt tegenwicht

Deze column schreef ik voor Kinderkunstplein en verscheen daar eerder vandaag. 

We leven in een wereld van eindeloze informatiestromen en communicatie. Ik mocht op de middelbare school één uur per dag via de inbel-verbinding online. Het was superbelangrijk wat je klasgenoot in haar MSN-naam had staan en hoeveel krabbels je had op Hyves. Nu werk ik als marketeer voor educatie bij Het Nieuwe Instituut. Social media heeft ondertussen een grote plaats gekregen in de wereld van kinderen en jongeren. De creativiteit en kunde waarmee zij content maken in apps als Instagram, Snapchat en musical.ly verrast me keer op keer. Maar ik zie hiervan ook de keerzijde. Mobiele telefoons zijn altijd aanwezig, er ligt druk op de juiste pose, uitdrukking, filter en hashtag en een misstap wordt snoeihard afgerekend. 

Cultuureducatie kan in deze wereld een belangrijk tegenwicht bieden. De interactie met kunst en cultuur leerde mij dat je inhoud en gevoel op de meest uiteenlopende manieren kan presenteren. Bij Het Nieuwe Instituut worden digitale media ingezet als middel om kinderen en jongeren design en architectuur te laten ontdekken. Apps ondersteunen vaak onze workshops doordat ze uiteenlopende maak- en programmeer functies hebben. Vormen hoeven hierbij niet altijd perfect of zelfs mooi te zijn. Door cultuur zó te beleven en er met een goed educatie-programma actief mee aan de slag te gaan, ontdekken kinderen en jongeren nieuwe kaders. Ze zien dat de afwijking vaak júist het beste werkt en mag worden gevierd.

Schotse begraafplaatsen

Tijdens mijn reis in Schotland viel me op dat begraafplaatsen daar niet enkel bedoeld zijn als plek ter nagedachtenis aan overledenen, maar vaak ook een attractie op zichzelf zijn. Ok, dit is niet het eerste land waar ik als toerist een begraafplaats bezocht, maar in Schotland met haar eindeloze ghost stories en eeuwenoude legenden zit er toch een extra wonderlijk tintje aan. Neem Greyfriars Kirkyard in Edinburgh: De meedogenloze geest van George Mackenzie schijnt hier rond te waren. Honderden bezoekers spreken van een agressieve poltergeist. Bovendien is het de begraafplaats waar de wereldberoemde Greyfriar’s Bobby jarenlang de wacht hield bij zijn overleden baasje; de grafgraver. Ook in Inverness is de begraafplaats beroemd. Net buiten het stadje ligt Fairy Hill. De locatie van een oude Schotse legende en, tegenwoordig, de laatste rustplaats van vele Highlanders.

Niet voor alle grafzerken is het dringen in de zomermaanden. In Fort Augustus lopen wandelroutes dwars door de verlaten begraafplaats, waardoor je de kans krijgt – misschien op wat onconventionele wijze – de geschiedenis van het plaatsje te proeven.

Het meest onder de indruk was ik van Necropolis: De begraafplaats bij de kathedraal van Glasgow. Een heuvel, uitkijkend over de stad, met een doolhof naar de top van de mooiste Victoriaanse graven dat uitkomt bij het  John Knox monument. Ik schreef daar Necropolis.


Necropolis.

DSC_0147Ronk, tril en zoem
verstommen op
blijvende rust.

In groen en een enkele bloem
kriskras ik naar boven.

Families eten koeken op een muurtje,
een jongen vraagt zijn buddy om een vuurtje.

De zon worstelt
haar stralen
naar precies deze hectaren.

En we duiden Mackintosh massaal
in een wirwar van graven.

Een maandag in dodenstad.

 

Op 18 september a.s. draag ik dit, en een aantal andere gedichten voor in ‘t Kapelletje in Rotterdam. Helemaal gratis en voor niks, dus ben er bij!

 

Sancta Ontcommer

Een poosje terug was ik in de Sint-Stevens kerk in Nijmegen waar een gepassioneerde gids ons vertelde over Sancta Ontcommer. Ontcommer was de mooie dochter van de koning van Portugal en Katholiek. Op jonge leeftijd werd ze uitgehuwelijkt aan een oude, heidense prins. Zij had een grote afkeer van deze man en bad tot God om een lelijk uiterlijk zodat zij maar niet met hem hoefde te trouwen. God luisterde en gaf haar een snor en baard om haar te beschermen. Zodra de prins deze verminking zag wilde hij niets meer van de prinses weten. De Portugese koning werd woest en liet zijn dochter kruisigen als straf. Sancta Ontcommer werd erkend als martelares en Katholieke heilige. Het geloof is dat wanneer zij wordt aangeroepen tijdens overlijden, het proces zonder al teveel pijn (kommer) verloopt.

tumblr_m8p8zwB6l81r3lj9b
Beeld van Sancta Ontcommer (Oostenrijk)

In de Sint Stevenskerk is een afbeelding te zien van Ontcommer die stamt uit het eind van de 15e eeuw. Een van de weinige afbeeldingen die nog te zien is in de kerk, omdat men tijdens de Beeldenstorm in 1566 veel verwoest heeft. Reliëfs van heiligen pronken zonder hoofd en rond het altaar vind je lege nissen waar ooit beelden stonden. Vele schilderingen zijn wit overschilderd, behalve een enkeling zoals die van Sancta Ontcommer.

Echter, bij het zien van de afbeelding zou je, ondanks het bovenschrift ‘Sancta Ontcommer’, eerder denken aan een veel bekender beeld. Een afbeelding van een heilige die uitsteigt boven alle anderen en veelvuldig gerepresenteerd wordt in de Katholieke kerk; Jezus Christus. Ookal zijn we in Nederland tegenwoordig voornamelijk gewend om Christus halfnaakt in een lendedoek aan het kruis te zien, het was tijdens de Middeleeuwen, zeker in Zuid-Europese landen zoals Italië en Spanje, normaal om hem volledig aangekleed af te beelden. Volgens de gids was de afbeelding in de St. Stevenskerk dan ook waarschijnlijk ooit bedoeld als een afbeelding van Christus.

42551-857b91a536b1bae6ffb63593255aff7e     The_crucified_Christ_is_shown_fully_clothed_and_is_flanked_by_the_Virgin_Mary_and_St_John_Above_the_arms_of_the_cross_are_personifications_of_the_Sun_Sol_and_the_Moon_Luna
Sancta Ontcommer in de                          Afbeelding van Christus
St. Stevenskerk

Volgens het verhaal geloofden de protestanten wel degelijk dat de Katholieken op de schildering Sancta Ontcommer wilden aanduiden. Dat is ook de reden waarom de schildering bewaard is gebleven; als bewijs en herinnering dat de Katholieken de meest willekeurige heiligen verzonnen en vervolgens als waar erkenden.

Het is mij onduidelijk of de Katholieken, voor aanvang van de Beeldenstorm de schildering werkelijk als Sancta Ontcommer aanbaden. Het zou interessant zijn om te onderzoeken of het bovenschrift origineel is, of vlak voor de Beeldenstorm is toegevoegd. Als de Katholieken het opschrift later hebben toegevoegd, zou het een stiekeme overwinning kunnen zijn geweest op de Protestanten.