Taaie oude vrijsters

Mijn lief heeft Noorse roots. Zijn moeder komt uit Harstad, een mooie stad aan het water, een eindje boven de poolcirkel. We gaan regelmatig naar Noorwegen en hopen er ooit te gaan wonen. Met die insteek volg ik Noorse les in de Sjømannskirken; het houten kerkje in het Euromast-park. Het is zó leuk om weer een nieuwe taal te leren. Noors is niet ontzettend moeilijk te leren voor Nederlanders. Het is een Germaanse taal en als je aardig Engels en Duits spreekt herken je veel woorden en voelen zinsopbouw en grammatica vrij natuurlijk.

Wat het vooral zo leuk maakt vind ik de culturele informatie die taal in zich draagt. Tijdens een les rond de sinterklaasperiode hadden we het over taaitaaipoppen, of zoals je in het Noors zegt: peppermøer. Onze docente vertelde dat het vroeger in Noorwegen gebruikelijk was dat vrouwen een dame van peperkoek kregen wanneer ze dertig werden en vrijgezel waren. Het woord peppermø is de vrouwelijke variant van peppersvenn. Zo werd vroeger een ongetrouwde, rondreizende kruidenhandelaar genoemd. De Nederlandse vertalling van peppermø is ‘oude vrijster’. Daarop wist een van mijn klasgenoten te vertellen dat je een (vrouwelijke) taaitaaipop in het Nederlands ook wel ‘oude vrijster’ noemt.

Lees verder Taaie oude vrijsters

Het gedicht was er al

De laatste lessen van de Poetry Academy naderen. Tijdens de lessen van Joost Baars spraken we over mystiek schrijven en welke invulling je daaraan kan geven. Als thuisopdracht voerden we gesprekken met de voorwerpen om ons heen. Ik sprak met een klok, de rommel om me heen en het badwater waarin ik lag. Je kan praten met alles. De pen of inkt waarmee je schrijft; de lijnen die je ermee trekt, de woorden die ze vormen, de toonhoogte van je stem die in gedachten meepraat.

Door die gesprekken aan te gaan geef je woorden en daarmee een representatie, verbinding, aan elementen die al lang in de wereld waren, maar je misschien nog nooit (zo) had gezien. Die representatie is niet dekkend, maar wel een benadering, een soort zoektocht. Dat kunnen wij. Dingen die er al zijn opmerken en op onze eigen manier benaderen, representeren. Op die manier laten we iets dat er al was op een nieuwe manier zien aan onszelf en aan anderen.

Ontvankelijk zijn, het (opnieuw) opmerken van elementen in de wereld en die elementen benaderen met je eigen tools – of dat nou woorden, lichaamsbewegingen, stroken van een kwast of heel andere uitingen zijn – is volgens mij creativiteit. Daarmee begrijp ik nu de uitspraak ‘het gedicht was er al, ik heb het alleen opgeschreven’.

Cultuureducatie biedt tegenwicht

Deze column schreef ik voor Kinderkunstplein en verscheen daar eerder vandaag. 

We leven in een wereld van eindeloze informatiestromen en communicatie. Ik mocht op de middelbare school één uur per dag via de inbel-verbinding online. Het was superbelangrijk wat je klasgenoot in haar MSN-naam had staan en hoeveel krabbels je had op Hyves. Nu werk ik als marketeer voor educatie bij Het Nieuwe Instituut. Social media heeft ondertussen een grote plaats gekregen in de wereld van kinderen en jongeren. De creativiteit en kunde waarmee zij content maken in apps als Instagram, Snapchat en musical.ly verrast me keer op keer. Maar ik zie hiervan ook de keerzijde. Mobiele telefoons zijn altijd aanwezig, er ligt druk op de juiste pose, uitdrukking, filter en hashtag en een misstap wordt snoeihard afgerekend. 

Cultuureducatie kan in deze wereld een belangrijk tegenwicht bieden. De interactie met kunst en cultuur leerde mij dat je inhoud en gevoel op de meest uiteenlopende manieren kan presenteren. Bij Het Nieuwe Instituut worden digitale media ingezet als middel om kinderen en jongeren design en architectuur te laten ontdekken. Apps ondersteunen vaak onze workshops doordat ze uiteenlopende maak- en programmeer functies hebben. Vormen hoeven hierbij niet altijd perfect of zelfs mooi te zijn. Door cultuur zó te beleven en er met een goed educatie-programma actief mee aan de slag te gaan, ontdekken kinderen en jongeren nieuwe kaders. Ze zien dat de afwijking vaak júist het beste werkt en mag worden gevierd.

De echte discussie

Deze column verscheen op 24 november j.l. als lezerscolumn op metronieuws.nl.

We kunnen het verzetten van de klok er op afstemmen. In oktober ontstaan ze vanuit het Noorden van Europa; de grijze migratiestromen naar de zuidelijke, warme contreien van ons continent. Ook vanuit Nederland. Benidorm, Calpe, Cartagena, allen welbekende bestemmingen voor onze basterds. Een aantal weken na aankomst sturen zij steevast een uitverkorene terug, vermomd in een lange rode jas en met een puntmuts op zijn blije kop.

Alsof we het niet door hadden. Jaar in, jaar uit. Maar zo niet langer. Er is een grens. De tijd om een vuist te maken is daar. Wie de demografische cijfers achter de Brexit, het Oekraïne verdrag en de presidentsverkiezingen in de US een blik gunt heeft allen helder: De oudjes moeten er uit. Conservatieve ideeën, vasthouden aan tradities en voordringen in de rij bij de supermarkt, of erger nog, gewoon instappen bij de NS voordat iedereen die trein uit is, zijn niet de enige irritaties die zich ophopen. Stijgende belastingen, een te kort aan woonruimten; er valt een massa aan problemen weg als we de oudjes weten te lozen.

Om nog maar niet te spreken over de laksheid in voedingsbewustzijn en systematisch verzaken van organisch eigenaarschap. Wie heeft er niet een achtertante die jaarlijks voor de deur staat met een lading NON-fairtrade, NON-bio, NON-eco chocoladeletters? En die, om het af te maken, aan de hele familie een Primark kersttrui kado doet. Dit is 2016, het kan zo niet langer. Ik ken geen enkele 70-plusser die rekening houdt met het gat in de ozonlaag. Het zal hun verrekken of we over 30 jaar in een nieuwe ijstijd leven, daar merken ze niets meer van.

Ze verzieken de boel terwijl wij de rotzooi mogen ruimen in de koude wintermaanden. Mensen, de vergrijzing is de splijtzwam van onze samenleving. We moeten ons niet langer voor de gek laten houden door bejaarden die stiekem troep door onze strot blijven duwen. Dat ze in Zuid-Spanje blijven, daar kunnen ze de stimulering van de economie goed gebruiken. Lekker terug naar hun tweede land. Nederland is vol, dus laat ze in hun casa in de sol resideren. Kunnen ze daar hun tanden naar de gieren helpen door chocolade van kinderhandjes te smikkelen op de playa.