BAR

vooruit de nacht in
nog even een met de wanden
door electrozompen
laag in frequentie
als in het halfduister
kleine mannen bloemen
van de muur
beginnen pulken

hoewel het boeket
nieuwe nachtvlinders aantrekt
vormen zich de eerste bressen

kelder is nog warm, lokt
licht uit de booth slaat stuk
tegen laag plafond
denken kan niet meer
dansen nog wel,
dampend in zware lucht, te druk
maar blij want elke stap opzij
nieuwe galm, nieuw geluid
niemand hoort het kraken
kieren langs de kanten

ondergronds gelden geen verboden
ademen we mantelpluimen en
duwen ether hoger dan kan tot
het barsten slaat
cement in onze nekken kruimt
naakte hemel verschijnt

Advertenties

Taaie oude vrijsters

Mijn lief heeft Noorse roots. Zijn moeder komt uit Harstad, een mooie stad aan het water, een eindje boven de poolcirkel. We gaan regelmatig naar Noorwegen en hopen er ooit te gaan wonen. Met die insteek volg ik Noorse les in de Sjømannskirken; het houten kerkje in het Euromast-park. Het is zó leuk om weer een nieuwe taal te leren. Noors is niet ontzettend moeilijk te leren voor Nederlanders. Het is een Germaanse taal en als je aardig Engels en Duits spreekt herken je veel woorden en voelen zinsopbouw en grammatica vrij natuurlijk.

Wat het vooral zo leuk maakt vind ik de culturele informatie die taal in zich draagt. Tijdens een les rond de sinterklaasperiode hadden we het over taaitaaipoppen, of zoals je in het Noors zegt: peppermøer. Onze docente vertelde dat het vroeger in Noorwegen gebruikelijk was dat vrouwen een dame van peperkoek kregen wanneer ze dertig werden en vrijgezel waren. Het woord peppermø is de vrouwelijke variant van peppersvenn. Zo werd vroeger een ongetrouwde, rondreizende kruidenhandelaar genoemd. De Nederlandse vertalling van peppermø is ‘oude vrijster’. Daarop wist een van mijn klasgenoten te vertellen dat je een (vrouwelijke) taaitaaipop in het Nederlands ook wel ‘oude vrijster’ noemt.

Lees verder Taaie oude vrijsters

Verhalen vertellen

Dit jaar mocht ik weer meedoen met One Night’s Dance: een jaarlijks project van Dansateliers waarin beginnende dansmakers in korte tijd een nieuw stuk maken. Vanwege het 25 jarig bestaan van Dansateliers werden daarnaast twee choreografieën hernomen uit eerdere edities van One Night’s Dance.

Ik schreef een poëtische reflectie op de choreografieën van de talenten Ellis van Veldhuizen, Sigrid Stigsdatter Mathiassen en Maria Sartzetaki en No Man Is An Island van Erik Kaiel. Op vrijdag 7 en zaterdag 8 december droeg ik de reflectie voor na de voorstelling. Net als vorig jaar was dit een ontzettend leuk en leerzaam project om aan mee te werken. Ik blijf me verwonderen over de associatieve kracht van moderne dans en de manier waarop dansers ons zonder woorden kunnen meeslepen in hun verhaal.

Lees verder Verhalen vertellen

Blijven

In één van de lessen van de Poetry Academy kwam auteurschap aan bod. Wanneer is een gedicht van jou en kan je eigenlijk wel stellen dat een gedicht van iemand is? Als je uitgaat van het idee dat een gedicht al bestaat, zelfs vóór het geschreven is, is degene die het gedicht opschrijft dan wel de auteur te noemen? En wat gebeurt er met auteurschap als je een gedicht met meerdere mensen schrijft?

Lees verder Blijven

Tweedehands kleding Rotterdam

Ergens in de loop van de afgelopen jaren ben ik totaal gevallen voor tweedehands kleding. Ik genoot altijd al van tweedehands spullen en vond het heerlijk om in vage winkels door stoffige kledingrekken te snuffelen, opzoek naar stiekeme pareltjes. Toen ik een paar jaar terug The True Cost zag, ging er echt een knop om. Deze documentaire van regisseur Andrew Morgan uit 2015 toont de grote impact die fast fashion ketens zoals Primark en H&M hebben op milieu en mens. Vanaf dat moment besloot ik mijn best te doen tweedehandse of duurzaam geproduceerde kleding te kopen.

Lees verder Tweedehands kleding Rotterdam

Het gedicht was er al

De laatste lessen van de Poetry Academy naderen. Tijdens de lessen van Joost Baars spraken we over mystiek schrijven en welke invulling je daaraan kan geven. Als thuisopdracht voerden we gesprekken met de voorwerpen om ons heen. Ik sprak met een klok, de rommel om me heen en het badwater waarin ik lag. Je kan praten met alles. De pen of inkt waarmee je schrijft; de lijnen die je ermee trekt, de woorden die ze vormen, de toonhoogte van je stem die in gedachten meepraat.

Door die gesprekken aan te gaan geef je woorden en daarmee een representatie, verbinding, aan elementen die al lang in de wereld waren, maar je misschien nog nooit (zo) had gezien. Die representatie is niet dekkend, maar wel een benadering, een soort zoektocht. Dat kunnen wij. Dingen die er al zijn opmerken en op onze eigen manier benaderen, representeren. Op die manier laten we iets dat er al was op een nieuwe manier zien aan onszelf en aan anderen.

Ontvankelijk zijn, het (opnieuw) opmerken van elementen in de wereld en die elementen benaderen met je eigen tools – of dat nou woorden, lichaamsbewegingen, stroken van een kwast of heel andere uitingen zijn – is volgens mij creativiteit. Daarmee begrijp ik nu de uitspraak ‘het gedicht was er al, ik heb het alleen opgeschreven’.